Surinaamse bami met vegaballetjes in pindasaus

Surinaamse bami met vegaballetjes in pindasaus. Surinaamse bami is onmisbaar in de Surinaamse keuken. Heerlijk noodles of vaak spaghetti gewokt met sojasaus en gember. De bami is makkelijk te maken en je kunt er van alles bij eten. Surinaamse bami met gedroogde garnalen of Surinaamse bami met kip in pindasaus is een populaire combi, maar wist je dat dit vega ook heel lekker is. Heel makkelijk, kant-en-klare vegaballetjes van de supermarkt die laat sudderen in de (pittige) pindasaus. Ik kies het liefst voor pindasaus of pindasambal van de toko, omdat deze heel smaakvol is met veel kruiden en je ook pittig kunt kopen. Voor dit gerecht kun je ook voor gewone pindasaus kiezen. Lekker met komkommer en rode ui op zuur. Hier het makkelijke recept.

Klik hier voor het recept van Surinaamse bami met kip in pindasaus.

IngrediΓ«nten

500 gram spaghetti
Zoute sojasaus (Yellow Label Black Soy No.1) 
2 bouillonblokjes
2 uien
3 tenen knoflook
1 salamblad
2 tl gemberpoeder
Een paar takjes verse selderij
2 pakken vegaballetjes
2 el zonnebloemolie 
250 gram pindasaus (korrels)

Bereiding Surinaamse bami met vegaballetjes in pindasaus

Kook de spaghetti volgens verpakking. Spoel de spaghetti na het koken om in een vergiet met koud water. Dit zorgt ervoor dat de slierten niet aan elkaar plakken.  

Snijd de uien en knoflook heel fijn. Bak, in een ruime wok of hapjespan, de uien en knoflook in zonnebloemolie tot ze glazig zijn.

Giet de spaghetti slierten erbij en schenk de sojasaus erover. Voeg de salamblad en gemberpoeder toe en verkruimel de bouillonblokjes. Schep dit goed door elkaar. Zorg ervoor dat je vuur niet te hoog staat, zodat de bami niet verbrand. Op het eind hak je de selderij fijn en strooi je er overheen. Roer dit ook door de bami.

De Surinaamse pindasaus bestaat uit korrels. De korrels worden als ze gemengd worden met water een lekker kruidige en soms ook pittige saus. Deze pindasaus kun je bij de toko’s te vinden. Pak een steelpan en doe hier de pindasauskorrels in. Voeg eerst ongeveer 100 ml water toe. Op een zacht vuurtje meng je dit met een garde of lepel. Voeg steeds wat meer water toe tot je de juiste substantie hebt. De pindasaus moet vooral niet te dun zijn. Als je de gewenste dikte hebt, voeg je de vegaballetjes toe en roer dit nog even door elkaar.

Wil je de bami op een later tijdstip eten? Je kunt het makkelijk opbakken in de pan.

Surinaamse bami met vegaballetjes in pindasaus

Klik hier voor meer Surinaamse recepten